En toen was er koffie

Koffiebonen op een lepel van Michael Aram

Koffie is wat velen van ons denken zodra we ons bed zijn uitgerold en ons hebben aangekleed. Koffie is naast ons dagelijkse bron van cafeïne ook een goede smaakmaker in taart, gebak, ijs en vele andere lekkernijen. Dat is niet altijd zo geweest en graag geef ik dan een kleine les over koffie. Misschien onder het genot van een lekker kopje?

Koffie werd in de Arabische wereld al eeuwen gebruikt als opwekkend middel. Er zijn verschillende verhalen en mythen over hoe het gebruik van koffie is ontdekt. Het bekendste verhaal is dat van de geitenhoeder Kaldi uit Ethiopië die zijn geiten bessen zag eten van een struik. Na het eten van deze bessen waren de geiten opvallend energiek. Wat hem deed besluiten ook van deze bessen te eten waarna hij zich goed en helder voelde.

Het gebruik van koffie verspreidde zich daarna over de Arabische wereld en deze werd op 3 manieren genuttigd. Men kookte een brouwsel van de bonen met schil en de bladeren langdurig tot een zoete drank en dit werd Qahwa genoemd. In Egypte roosterde men de bonen, stampte deze fijn en kookte de vermalen bonen met water. Deze twee methoden bestonden lang naast elkaar. Het op grote schaal roosteren van koffie gebeurde pas in de 16 eeuw en met name in Damascus omdat daar de kwaliteit van de ijzeren pannen zeer hoog was. Deze pannen konden de hoge temperaturen voor het roosteren goed weerstaan en barsten niet zoals de meeste kleipotten. De laatste methode is het malen van de rauwe koffiebonen deze te mengen met dierlijk vet of olie en tot een bal te kneden. Deze ballen werden meegenomen als opkikkertje tijdens de lange reizen.

Leonart Rauwulf (1540-1596) was de eerste Europeaan in de Europese geschiedenis die melding maakte van het koffie drinken onder de Arabieren. Hij schreef daar o.a. over: de drank “chaube genaamd die schier so swart is als inkt. Deese plegen sij ’s morgens vroeg, ook aan open plaatsen, voor yeder en sonder schroom te drinken, uyt aarde en diepe porselijne schaaltjes, soo heet als sij konden”.

De eerste Nederlandse expeditie (1613) die Mocha aandeed, stond onder leiding van de uit Haarlem afkomstige koopman Pieter van den Broecke. Hij had de opdracht in Jemen een nieuw handelsgebied te verkennen. Dit lukt niet, hij keert terug en in 1616 gaat hij opnieuw naar Jemen alwaar hij dan kennis maakt met kahauwa: “een specie van swarte boontjes gelijck Boontjes-holwortel daer sij swart water van maken en warm indrincken”. Deze reis slaagt wederom niet, daar hij geen toestemming krijgt van de gouverneur om een handelskantoor te stichten. De islamitische handelaren wensten geen chirstelijke inmenging. Pas in 1621 lukt het Van den Broecke om een handelskantoor op te zetten in Mocha. De handel komt echter niet goed van de grond door politieke strubbelingen, oorlogen en teveel tussenhandelaren.

Het drinken van koffie begint in Engeland rond 1650. Het duurt echter nog een hele tijd voordat koffie in Europa een populaire drank wordt, omdat de aanvoer erg onregelmatig is. De eerste koffiehuizen in Europa werden gerund door veelal Grieken, Turken en Arabieren. Wanneer dat precies was weet men niet; het waren kleine onaanzienlijke bedrijfjes. De eerste officiële melding over een koffiehuis komt uit de criminele processtukken van het Hof in Den Haag. In die stukken staat een verslag van een ruzie in 1670 waarbij in een koffiehuis aan de Hofsingel de boel kort en klein geslagen werd. Pas vanaf 1690 begon de koffie zeer ‘gewilt’ te worden en zagen de Heeren Zeventien van de VOC zich dan ook voor een probleem geplaatst. De koffiebonen groeide alleen in Arabië en de handelscontacten verliepen nog steeds moeizaam. Door de belangstelling voor de botanie waren er al diverse koffiestekken overgebracht naar Malabar in Zuidwest-India en van daaruit zijn er stekjes naar Java gestuurd; een gebied waar de VOC wel zakelijke controle had.

In 1699 wordt de koffieplant met succes op Java aangeplant en in 1706 worden er stekjes naar de Hortus Botanicus in Amsterdam gestuurd en daar gekweekt. En van daaruit naar Suriname en Frankrijk en over de rest van de wereld.

Er zijn momenteel 60 soorten koffieplanten en twee daarvan – arabica en robusta – vormen veruit de de meerderheid van de wereldproductie.

De arabica is de populairste soort die 70% van de wereldafzet op zich neemt. De arabica wordt verbouwd op 1000 tot 2000 meter boven zeeniveau en hier geldt hoe hoger, hoe beter de kwaliteit. De arabica-bonen bevatten ongeveer de helft van de cafeïne van de robusta bonen. De arabica wordt voornamelijk gecultiveerd in Midden- en Zuid-Amerika en in sommige Aziatische en Afrikaanse landen.

De robusta is een stevige boon die laag groeit, vaak op zeeniveau. De robusta heeft weinig regen nodig. Deze boon neemt 25% van de wereldproductie voor zijn rekening. Deze boon wordt voornamelijk gebruikt in gemengde gemalen koffie en instantkoffie. Verder is hij zeer geschikt om espresso van te maken, omdat hij de ontwikkeling van de crema op de espressokoffie bevordert. Robusta wordt verbouwd in delen van Brazilië, West- en Centraal-Afrika en Zuidoost-Azië.

Hoewel er maar twee hoofdsoorten koffiebonen zijn, is koffie een substantie met een oneindige variëteit. De smaak van de bonen is afhankelijk van waar de koffieplant heeft gestaan en daarbij spelen hoogte, klimaat, bodemtype en oogstmethoden een belangrijke rol.

Volgende keer krijgen jullie van mij weer een recept voor iets lekkers voor bij de koffie.

Bronnen

  • Koffie in Nederland – Pim Reinders, Thera Wijsenbeek e.a.
  • Koffie & Co – Susie Theodorou
  • Koffieweetjes.nl
  • Koffiemagazine.nl
  • Wikipedia.nl
  • Dekoffiemeulen.nl

Ik hoor graag van jullie, dus laat alsjeblieft een bericht achter in het commentaarveld. Heb je vragen, suggesties of heb je een onderwerp waarover je graag meer zou weten?
Laat het mij weten dan schrijf ik er een blog over (tenminste als ik er iets van af weet 🙂 )

De koffielepel op de foto is van Michael Aram, een Amerikaanse ontwerper.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *